Datum: 27-05-2024    Schrijven in Portugal, blog 9

Er zijn bepaalde plekken die je onmiddellijk inspiratie geven en waarvan je weet: ‘dit is hét decor voor een volgend boek’. Eén van die plekken is Quinta da Regaleira, een sprookjesachtig park in Sintra, noord van Lissabon. Het is een park inclusief paleis dat is aangelegd in het begin van de vorige eeuw in opdracht van een rijke Braziliaanse koffiehandelaar António Augusto Carvalho Monteiro die een Italiaanse decorontwerper hiervoor inhuurde en dat is te zien. Het lijkt echt, maar alles is aangelegd/ontworpen. Er is een ondergrond gangenstelsel, geheimzinnige waterlopen, watervalletjes, een put, torens en paadjes die er tussendoor kronkelen en de hoogteverschillen overbruggen. Overal zijn mystieke symbolen te vinden, uit de vrijmetselarij en de tarot, en er is altijd groen aanwezig. Veel vaste planten, bomen, struiken zorgen het hele jaar door voor een aangename sfeer.  Sinds 1997 is het voor het publiek toegankelijk en vooral de laatste jaren stromen de bezoekers toe en staan er soms lange rijen.

Ralph en ik waren er in de corona-pandemie, ongekend rustig en dat was heerlijk. Ik was met name razend benieuwd naar de put die ik al op ontelbare foto’s had gezien en op het moment dat ik er in afdaalde, wist ik het! Deze put moest een rol spelen in een boek en moest op de cover. Ik had nog geen idee hoe of wat, maar het mysterieuze bouwsel waarvan eigenlijk niemand precies weet waarvoor het bedoeld is fascineerde me enorm.

Dan begint het gepuzzel. Ik kan natuurlijk een hoofdpersoon het park laten bezoeken, de put noemen en dat is het, maar dat was niet wat ik zocht. Nog voor ik in de put afdaalde en de diepte inkeek, begon er iets te borrelen. Diep… diep verborgen… geheimen… symbolen. Ik zag een klein meisje, bang en opgewonden tegelijk, mannen die rituelen uitvoerden. Ik dacht aan Dan Brown, aan vrijmetselaars, films vol mannen in zwarte gewaden. Er flitste van alles door me heen en terwijl ik achter Ralph aan naar beneden liep hoorde ik als het ware stemmen fluisteren.

Dezelfde middag nog, in ons hostel in Sintra zelf, typte ik de eerste indrukken om ze maar zo goed mogelijk vast te leggen en niet te vergeten als we weer eenmaal terug zouden zijn in Nederland. Het sfeertje van geheimzinnigheid, geheime afspraken, rituelen, dat wilde ik vooral onthouden en al wist ik nog steeds niet precies hoe het een rol zou krijgen in mijn roman, dat het een grote rol zou spelen was me direct duidelijk.

In Diep verborgen is de put dan ook een belangrijk onderdeel van het verhaal geworden. Niet alleen staat de put op de cover, hij speelt een rol in nachtmerries die één van de twee hoofdpersonen regelmatig heeft en waar ze niets van snapt. Pas als ze jaren later als volwassen vrouw in Portugal reclameposters ziet van Quinta da Regaleira komt er langzaam iets terug van een diep verborgen verleden.

Als auteur van fictie mag ik de waarheid geweld aan doen, mag ik mijn fantasie gebruiken en van alles en nog wat verzinnen. Zo kan ik een hele wereld om zo’n put heen bouwen, rituelen en gebeurtenissen die zich misschien zouden kunnen hebben afgespeeld, maar zeer waarschijnlijk in de verste verte niet lijken op wat er echt heeft plaatsgevonden. Dat maakt niet uit. Als het maar geloofwaardig is. Als de lezer maar denkt dat het kan en meeleeft met de personages. Kippenvel krijgt als die in de put afdalen, het mos op de stenen voelen en de typische geur van ondergrondse ruimtes ruikt. Het verweven van feiten en fictie is geweldig om te doen. Het geeft een boek net iets meer diepgang en in dit boek is diepte wel heel duidelijk aanwezig. Gelukkig zijn er veel plekken waardoor ik gefascineerd raak en kan ik op basis daarvan nog heel veel locaties bedenken voor volgende boeken. Voorlopig dus geen enkele reden om ermee op te houden.


----------
 
    << Terug >>